Het witte huisje met de wenkbrauwbogen
Mijn buitenleven

Het witte huisje met de wenkbrauwbogen

Cor Hospes
June 10, 2026
10.6.2026

Meer verhalen lezen?

Buitenstate inspireert je graag over het buitenleven. Vul je naam en e-mailadres in.

Bedankt voor je aanmelding! Je blijft vanaf nu op de hoogte van exclusieve en gepersonaliseerde Buitenstate updates!
Oeps! Er ging wat mis bij het versturen van het formulier.
Bedankt voor je aanmelding! Je blijft vanaf nu op de hoogte van exclusieve en gepersonaliseerde Buitenstate updates!
Oeps! Er ging wat mis bij het versturen van het formulier.
Bedankt voor je aanmelding! Je blijft vanaf nu op de hoogte van exclusieve en gepersonaliseerde Buitenstate updates!
Oeps! Er ging wat mis bij het versturen van het formulier.
Bedankt voor je aanmelding! Je blijft vanaf nu op de hoogte van exclusieve en gepersonaliseerde Buitenstate updates!
Oeps! Er ging wat mis bij het versturen van het formulier.
Bedankt voor je aanmelding! Je blijft vanaf nu op de hoogte van exclusieve en gepersonaliseerde Buitenstate updates!
Oeps! Er ging wat mis bij het versturen van het formulier.
Bedankt voor je aanmelding! Je blijft vanaf nu op de hoogte van exclusieve en gepersonaliseerde Buitenstate updates!
Oeps! Er ging wat mis bij het versturen van het formulier.
Bedankt voor je aanmelding! Je blijft vanaf nu op de hoogte van exclusieve en gepersonaliseerde Buitenstate updates!
Oeps! Er ging wat mis bij het versturen van het formulier.
Buitenstate.nlMijn buitenleven
Het witte huisje met de wenkbrauwbogen

Het staat verscholen in een hoekje van een kasteelpark. Een oude timmerwerkplaats die is verbouwd tot een fijn huisje voor twee. Omringd door koninklijke taxusdecoraties en weelderige veldboeketten. Jurn en Ietje Wingelaar over wonen in een kasteeltuin. “Ik bekeek die kapconstructie, en dacht, daar wil ik wel een tijdje onder liggen”.

het witte huisje
details monumentdak met gebinten

In de tuin van het Witte Huisje staat een zevenstammige kastanjeboom. “Die heeft mijn buurman Cees zelf nog in een potje opgekweekt toen hij een jongetje van zes was”, vertelt Jurn Wingelaar. “Wanneer zijn opa en oma in 1958 in het huisje gaan wonen, willen ze een boom in de tuin. Dat is deze kastanje, meegegroeid met de tijd en eigenlijk alleen maar mooier geworden”.

Kippen als krakers

Dat mooi meegroeien geldt ook voor Het Witte Huisje in Renswoude zoals iedereen dat tot in de verre omgeving kent. Oorspronkelijk een timmerwerkplaats, gebouwd in 1859, verstopt in een hoekje van het park van Kasteel Renswoude. Na WO II blijft de werkplaats ongebruikt. De timmerman hamert en zaagt voortaan in een ruimte van de kasteelboerderij waar hij ook woont. In het Witte Huisje wonen krakers: varkens en later kippen. Na een fikse verbouwing maken die plaats voor de gepensioneerde timmerman en zijn vrouw. De kippen blijven, maar dan in een ren naast het huis.

Ontlastingbogen

Kleinzoon Cees, intussen negentig, schildert het hele huis voor zijn grootouders wit. Met uitzondering van de ontlastingbogen, siermetselwerk dat boven de ramen en deuren het gewicht van de gevel opvangt en naar de zijkanten afvoert. “Die bogen verft hij ossenbloedrood”, vertelt Jurn. Een kleur die je veel ziet op boerderijen en historische panden in de Gelderse Vallei. Maar dan vooral op deuren, luiken en kozijnen. Of op witgekalkte gevels, vaak in combinatie met grachtengroen. Het geeft het huis een olijk gezicht. Alsof de ramen en deuren wenkbrauwen dragen.

tuin

Overwoekerd

In 1995 krijgt het huisje een tweede upgrade. Met het idee dat te verhuren aan studenten. Die hebben er nooit gewoond. Wel een violiste, huisarts en een echtpaar: een erfgoedhovenier en tuin- en landschapsarchitect. In 2017 ziet Jurn het huis op Funda voorbijkomen. Hij is direct van de leg. Zijn vrouw Ietje reageert minder enthousiast. Zij moet wennen aan die rare ossenbloedrode gevelboogjes boven de ramen, vertelt zij. Maar ja, die tuin. 2250 vierkante meter. Wat een feest. Zij houdt van tuinieren, hij houdt van verbouwen en klussen. Allebei houden ze van uitdagingen. En die zijn er volop. De ooit te prachtige tuin en moestuin zijn totaal verwaarloosd. Overwoekerd door onkruid. Ook het huisje zelf ‘dient gemoderniseerd te worden’ zoals dat in makelaarstaal heet.

Oude hollen

Jurn en Ietje wrijven in hun handen. Zij is van beroep grafisch ontwerper en werkt als digitaal illustrator in een ziekenhuis. Hij is zelfstandig kwaliteitsmanagementsysteemconsultant. Een Scrabble-woord met gigantische woordwaarde. “Ik adviseer bedrijven hoe ze hun processen goed moeten inrichten”. Het resultaat van hun kloeke klusbeurt mag er zijn. Zo hebben ze de bovenetage opnieuw ingedeeld en voorzien van modern sanitair. Jurn: “Dit was ooit de hooizolder. Ik bekeek die kapconstructie, en dacht, daar wil ik wel een tijdje onder liggen”. Op het dak liggen oude hollen, vertelt hij. Handgemaakte kleipannen die niet altijd even goed op elkaar aansluiten. “We hebben er zo’n 500 vervangen. Bij elke wissel maakten we vier andere kapot”.

Siermetselwerk

Er zijn nog wat dingetjes. De muren blijken vochtig. Er is geen ventilatie. Ook krijgt het Witte Huisje een nieuwe keuken in country-livingstijl. Op de vloer liggen vijftig jaar oude terracotta plavuizen. Ooit geglazuurd. “Hoe we die ook dweilden, er bleef zwart water van de vloer komen”, vertelt Jurn. Daarom hebben ze vorig voorjaar de hele vloer eruit gehaald, en ja, als je toch bezig bent, dan ook maar vloerverwarming aanleggen. Ook de buitenkant kwast hij weer witter dan wit.

Bijzonder is het metselvlechtwerk. “Dat zag je in de 19e eeuw vooral in steden. Als je goede sier wilde maken”. Die trend waaide over naar het platteland. Op landhuizen, statige boerderijen en andere voorname gebouwen. “Het is vrij ongewoon op een schuur of werkplaats”. Bij de muurankers zie je eveneens versieringen. “Heel frivool om dat bij een werkplaats te doen”.

Grebbelinie

In de west- en voorgevel van het huis vind je flinke butsen en kogelinslagen. Renswoude ligt in wat heet de Grebbelinie. Die naam is onlosmakelijk verbonden aan WO II. De verdedigingslinie is aangelegd in 1744 en bestaat uit een lint van 60 kilometer forten, kazematten en stellingen. De linie moet ons land verdedigen na de inval van de Duitsers in mei 1940. Nadat ons land capituleert, ontmantelen de Duitsers de stellingen. Aan het einde van de oorlog krijgen ze een hernieuwde interesse in de linie. Om die zelf in te zetten.

Rondom Renswoude is dan ook veel gevochten, sterker, het Witte Huisje ligt soms letterlijk in de vuurlinie. “Cees vertelde me”, zegt Jurn, “dat ze met de hele familie in de kelder zaten. Links van de tuin lagen Duitsers in een sloot, rechts Canadezen. De kogels vlogen heen en weer door de tuin”. De happen uit de gevel komen niet door voltreffers uit een Sten Gun of Sturmgewehr, maar lijken eerder op schampschoten uit vliegtuigen. Bommen en granaten verwoestten wel de broeikassen en kweekbakken in de moestuin. Net zoals de houtloods ietsje verderop van het Witte Huisje.

Konijnonvriendelijk

Voor de inrichting van de tuin krijgen ze vrij spel, vertelt Ietje. Zolang die maar aansluit bij de stijl van het kasteelpark. Wat blijft is de buxushaag aan weerszijden van het voordeurpad en vorstelijk gesnoeide grote taxusvormen. Voor de rest is het experimenteren, vertelt Ietje. Je moet zoeken naar planten die willen groeien op zand, echt wit zand. Die onder een boom willen en in de regenschaduw van een muur kunnen staan. En die konijnen ook niet lekker vinden.

Ietje: “Die eten echt in een dag je hele tuin leeg. Wanneer ze dat doen in het voorjaar, ben je voor de rest van het jaar klaar”.

Aan de zuidkant van de tuinmuur staat in 1999 een bouwvallige houten schuur. De gemeente geeft toestemming die af te breken. Er mag aan de noordkant een nieuwe komen. Met carport. Maar die laat op zich wachten. In 2012 wordt de vergunning aangepast tot “het winddicht maken van de schuur”. Een formulering die ruimte biedt voor meer dan zomaar een schuur. De vorige bewoners besluiten een houten kantoor te bouwen. Ietje en Jurn maken daar een tuinhuis van. Met badkamer en toilet, bijkeuken en slaapplek. Midden tussen zonnehoeden, crocosmia en vleugeltjesbloemen. Er zijn slechtere plekken om wakker te worden.

witte huisje buitenstate
dahliatoewijding onderhoud

Purperbruine zilverkaars

Ze hebben de afgelopen jaren duizenden planten in de grond gestopt. Hoge planten vooral. Ietje: “Je moet niet kunnen zien wat verderop in de tuin ligt, maar die echt willen ontdekken. Om te onderzoeken wat je allemaal nog meer tegenkomt”.

Het resultaat is prachtig. Vanaf het voorjaar zie je borders vol kleuren tot zomaar anderhalve meter hoog. Anemonen, staalblauwe kruisdistel, roze-paarse leverkruid en purper monnikspeper. Verderop verschillende veronicastrums, te herkennen aan hun lange bloemaren. Ietje wijst naar thalictrums in lila, roze, geel en wit, met blauwgroene of gemarmerde bladeren. Ook de schaduwtuin is een lusthof van kleuren, vormen en geuren. Van hosta’s met grote frisgroene en geelgerande bladeren en bosgroene varens tot groene en purperbruine zilverkaars met witte en aarvormige pluimen. Niet te veel in keurige clubjes bijeen, maar lekker door elkaar. Net zoals in de natuur. “Daar zoeken planten ook hun eigen weg”.

Dan, terwijl ze om haar heen kijkt: “Dat je op slechte condities gewoon iets moois kunt maken, ja, dat vind ik best wel bijzonder”.

Kweekbakken

Van de originele moestuin is slechts een tiende over. Oorspronkelijk ligt die zo dicht mogelijk bij de keuken van het kasteel. Later verhuist die naar buiten de slotgracht. Ommuurd en met verwarmde kassen. Het overgrote deel bestaat uit een boomgaard. Van de ooit drie lange kweekbakken is eentje overgebleven. Ietje: “Spinazie, cavala nero en vooral asperges doen het erin erg goed”.

Door de moestuin en boomgaard loopt in 1774 een ‘laantje’ dat bestaat uit vijf rijen eikenbomen. Gekapt aan het begin van de vorige eeuw, maar 21 jaar geleden hersteld en vierjarig herplant. De tuinmuur bestaat al in 1818 en is daarmee nog ouder dan het Witte Huis zelf, zegt Jurn. Het overgrote deel is omgevallen en wordt herbouwd door de Stichting Het Utrechts Landschap. Die beheert ook het westelijk restant. Langs die bejaarde tuinmuur.

staan fruitbomen met vergeten rassen. Peren en pruimen. Daar staat ook een veranda waar je tot laat van de zon kan genieten. Voor je een eindeloos uitzicht over weilanden met schapen, achter je een park met een kasteel. Nee, echt koninklijker wordt het niet.

Een wandeling

Door het kasteelpark en naar het kasteel zelf. Jurn vertelt over Renswoude. Tot het midden van de 17e eeuw is dat niet meer dan een verzameling boerderijen. Gelegen op een iets hogere zandrug in de Gelderse Vallei. Daar is het nat en drassig, niet uitnodigend.

In 1637 ‘promoveert’ Renswoude tot een heerlijkheid. Dat woord doet denken aan arcadische landschappen en hoorns des overvloeds, maar betekent niks meer dan een juridisch systeem. Eigen privileges. Als het gaat om rechtspraak, belastingheffing en benoeming van bestuurders. Noem het een soort mini-koninkrijkje. En die macht vraagt om een kasteel.

Dat komt er ook in 1650: Kasteel Renswoude. Bewoond door de adellijke familie Van Reede. Torens, bruine stenen en rode luifels aan de voorkant, wit gepleisterd aan de achterkant. Opgetrokken in classicistische stijl, waarschijnlijk gebouwd op de fundamenten van een middeleeuwse ridderhofdstad. Omringd door een gracht die overgaat in een vijver.

Begin 1800 werken er 250 mensen uit het dorp. Dan is het in handen van de familie Taets van Amerongen. Die voorziet het kasteel van een trap met bordes om het een nog meer koninklijk tintje te geven. De vermaarde landschapsarchitect Johann David Zocher krijgt de opdracht het park de looks van een Engelse landschapsstijl te geven. Met een 700 meter lang grand canal.

Alle renaissancistische elementen moeten de tuin uit. Om plaats te maken voor een vijver met bergjes en paden volgens een ganzenvoetstructuur. Dat is van bovenaf gezien een voet met een aantal tenen die uitwaaieren vanuit een centraal punt zodat je vanuit elke wandelhoek zicht op het kasteel behoudt.

Vandaag kent het kasteel meerdere bewoners die er een appartement huren.

Cor Hospes
4.13.2021
6.10.2026
Hopelijk heb je ervan genoten!
Cor Hospes
15.4.2021
10.6.2026
Mijn buitenleven

Het witte huisje met de wenkbrauwbogen

Meer verhalen lezen?

Buitenstate inspireert je graag over het buitenleven. Vul je naam en e-mailadres in.

Bedankt voor je aanmelding! Je blijft vanaf nu op de hoogte van exclusieve en gepersonaliseerde Buitenstate updates!
Oeps! Er ging wat mis bij het versturen van het formulier.
Bedankt voor je aanmelding! Je blijft vanaf nu op de hoogte van exclusieve en gepersonaliseerde Buitenstate updates!
Oeps! Er ging wat mis bij het versturen van het formulier.
Bedankt voor je aanmelding! Je blijft vanaf nu op de hoogte van exclusieve en gepersonaliseerde Buitenstate updates!
Oeps! Er ging wat mis bij het versturen van het formulier.
Bedankt voor je aanmelding! Je blijft vanaf nu op de hoogte van exclusieve en gepersonaliseerde Buitenstate updates!
Oeps! Er ging wat mis bij het versturen van het formulier.
Bedankt voor je aanmelding! Je blijft vanaf nu op de hoogte van exclusieve en gepersonaliseerde Buitenstate updates!
Oeps! Er ging wat mis bij het versturen van het formulier.
Bedankt voor je aanmelding! Je blijft vanaf nu op de hoogte van exclusieve en gepersonaliseerde Buitenstate updates!
Oeps! Er ging wat mis bij het versturen van het formulier.
Bedankt voor je aanmelding! Je blijft vanaf nu op de hoogte van exclusieve en gepersonaliseerde Buitenstate updates!
Oeps! Er ging wat mis bij het versturen van het formulier.
Buitenstate.nlMijn buitenleven
Het witte huisje met de wenkbrauwbogen

Het staat verscholen in een hoekje van een kasteelpark. Een oude timmerwerkplaats die is verbouwd tot een fijn huisje voor twee. Omringd door koninklijke taxusdecoraties en weelderige veldboeketten. Jurn en Ietje Wingelaar over wonen in een kasteeltuin. “Ik bekeek die kapconstructie, en dacht, daar wil ik wel een tijdje onder liggen”.

het witte huisjedetails monumentdak met gebinten
bewoners kleine witte huisje
Het witte huisje met de wenkbrauwbogen

In de tuin van het Witte Huisje staat een zevenstammige kastanjeboom. “Die heeft mijn buurman Cees zelf nog in een potje opgekweekt toen hij een jongetje van zes was”, vertelt Jurn Wingelaar. “Wanneer zijn opa en oma in 1958 in het huisje gaan wonen, willen ze een boom in de tuin. Dat is deze kastanje, meegegroeid met de tijd en eigenlijk alleen maar mooier geworden”.

Kippen als krakers

Dat mooi meegroeien geldt ook voor Het Witte Huisje in Renswoude zoals iedereen dat tot in de verre omgeving kent. Oorspronkelijk een timmerwerkplaats, gebouwd in 1859, verstopt in een hoekje van het park van Kasteel Renswoude. Na WO II blijft de werkplaats ongebruikt. De timmerman hamert en zaagt voortaan in een ruimte van de kasteelboerderij waar hij ook woont. In het Witte Huisje wonen krakers: varkens en later kippen. Na een fikse verbouwing maken die plaats voor de gepensioneerde timmerman en zijn vrouw. De kippen blijven, maar dan in een ren naast het huis.

Ontlastingbogen

Kleinzoon Cees, intussen negentig, schildert het hele huis voor zijn grootouders wit. Met uitzondering van de ontlastingbogen, siermetselwerk dat boven de ramen en deuren het gewicht van de gevel opvangt en naar de zijkanten afvoert. “Die bogen verft hij ossenbloedrood”, vertelt Jurn. Een kleur die je veel ziet op boerderijen en historische panden in de Gelderse Vallei. Maar dan vooral op deuren, luiken en kozijnen. Of op witgekalkte gevels, vaak in combinatie met grachtengroen. Het geeft het huis een olijk gezicht. Alsof de ramen en deuren wenkbrauwen dragen.

Het witte huisje met de wenkbrauwbogen

Overwoekerd

In 1995 krijgt het huisje een tweede upgrade. Met het idee dat te verhuren aan studenten. Die hebben er nooit gewoond. Wel een violiste, huisarts en een echtpaar: een erfgoedhovenier en tuin- en landschapsarchitect. In 2017 ziet Jurn het huis op Funda voorbijkomen. Hij is direct van de leg. Zijn vrouw Ietje reageert minder enthousiast. Zij moet wennen aan die rare ossenbloedrode gevelboogjes boven de ramen, vertelt zij. Maar ja, die tuin. 2250 vierkante meter. Wat een feest. Zij houdt van tuinieren, hij houdt van verbouwen en klussen. Allebei houden ze van uitdagingen. En die zijn er volop. De ooit te prachtige tuin en moestuin zijn totaal verwaarloosd. Overwoekerd door onkruid. Ook het huisje zelf ‘dient gemoderniseerd te worden’ zoals dat in makelaarstaal heet.

Oude hollen

Jurn en Ietje wrijven in hun handen. Zij is van beroep grafisch ontwerper en werkt als digitaal illustrator in een ziekenhuis. Hij is zelfstandig kwaliteitsmanagementsysteemconsultant. Een Scrabble-woord met gigantische woordwaarde. “Ik adviseer bedrijven hoe ze hun processen goed moeten inrichten”. Het resultaat van hun kloeke klusbeurt mag er zijn. Zo hebben ze de bovenetage opnieuw ingedeeld en voorzien van modern sanitair. Jurn: “Dit was ooit de hooizolder. Ik bekeek die kapconstructie, en dacht, daar wil ik wel een tijdje onder liggen”. Op het dak liggen oude hollen, vertelt hij. Handgemaakte kleipannen die niet altijd even goed op elkaar aansluiten. “We hebben er zo’n 500 vervangen. Bij elke wissel maakten we vier andere kapot”.

Siermetselwerk

Er zijn nog wat dingetjes. De muren blijken vochtig. Er is geen ventilatie. Ook krijgt het Witte Huisje een nieuwe keuken in country-livingstijl. Op de vloer liggen vijftig jaar oude terracotta plavuizen. Ooit geglazuurd. “Hoe we die ook dweilden, er bleef zwart water van de vloer komen”, vertelt Jurn. Daarom hebben ze vorig voorjaar de hele vloer eruit gehaald, en ja, als je toch bezig bent, dan ook maar vloerverwarming aanleggen. Ook de buitenkant kwast hij weer witter dan wit.

Bijzonder is het metselvlechtwerk. “Dat zag je in de 19e eeuw vooral in steden. Als je goede sier wilde maken”. Die trend waaide over naar het platteland. Op landhuizen, statige boerderijen en andere voorname gebouwen. “Het is vrij ongewoon op een schuur of werkplaats”. Bij de muurankers zie je eveneens versieringen. “Heel frivool om dat bij een werkplaats te doen”.

Grebbelinie

In de west- en voorgevel van het huis vind je flinke butsen en kogelinslagen. Renswoude ligt in wat heet de Grebbelinie. Die naam is onlosmakelijk verbonden aan WO II. De verdedigingslinie is aangelegd in 1744 en bestaat uit een lint van 60 kilometer forten, kazematten en stellingen. De linie moet ons land verdedigen na de inval van de Duitsers in mei 1940. Nadat ons land capituleert, ontmantelen de Duitsers de stellingen. Aan het einde van de oorlog krijgen ze een hernieuwde interesse in de linie. Om die zelf in te zetten.

Rondom Renswoude is dan ook veel gevochten, sterker, het Witte Huisje ligt soms letterlijk in de vuurlinie. “Cees vertelde me”, zegt Jurn, “dat ze met de hele familie in de kelder zaten. Links van de tuin lagen Duitsers in een sloot, rechts Canadezen. De kogels vlogen heen en weer door de tuin”. De happen uit de gevel komen niet door voltreffers uit een Sten Gun of Sturmgewehr, maar lijken eerder op schampschoten uit vliegtuigen. Bommen en granaten verwoestten wel de broeikassen en kweekbakken in de moestuin. Net zoals de houtloods ietsje verderop van het Witte Huisje.

Konijnonvriendelijk

Voor de inrichting van de tuin krijgen ze vrij spel, vertelt Ietje. Zolang die maar aansluit bij de stijl van het kasteelpark. Wat blijft is de buxushaag aan weerszijden van het voordeurpad en vorstelijk gesnoeide grote taxusvormen. Voor de rest is het experimenteren, vertelt Ietje. Je moet zoeken naar planten die willen groeien op zand, echt wit zand. Die onder een boom willen en in de regenschaduw van een muur kunnen staan. En die konijnen ook niet lekker vinden.

Ietje: “Die eten echt in een dag je hele tuin leeg. Wanneer ze dat doen in het voorjaar, ben je voor de rest van het jaar klaar”.

Aan de zuidkant van de tuinmuur staat in 1999 een bouwvallige houten schuur. De gemeente geeft toestemming die af te breken. Er mag aan de noordkant een nieuwe komen. Met carport. Maar die laat op zich wachten. In 2012 wordt de vergunning aangepast tot “het winddicht maken van de schuur”. Een formulering die ruimte biedt voor meer dan zomaar een schuur. De vorige bewoners besluiten een houten kantoor te bouwen. Ietje en Jurn maken daar een tuinhuis van. Met badkamer en toilet, bijkeuken en slaapplek. Midden tussen zonnehoeden, crocosmia en vleugeltjesbloemen. Er zijn slechtere plekken om wakker te worden.

Het witte huisje met de wenkbrauwbogen
Het witte huisje met de wenkbrauwbogenHet witte huisje met de wenkbrauwbogen

Purperbruine zilverkaars

Ze hebben de afgelopen jaren duizenden planten in de grond gestopt. Hoge planten vooral. Ietje: “Je moet niet kunnen zien wat verderop in de tuin ligt, maar die echt willen ontdekken. Om te onderzoeken wat je allemaal nog meer tegenkomt”.

Het resultaat is prachtig. Vanaf het voorjaar zie je borders vol kleuren tot zomaar anderhalve meter hoog. Anemonen, staalblauwe kruisdistel, roze-paarse leverkruid en purper monnikspeper. Verderop verschillende veronicastrums, te herkennen aan hun lange bloemaren. Ietje wijst naar thalictrums in lila, roze, geel en wit, met blauwgroene of gemarmerde bladeren. Ook de schaduwtuin is een lusthof van kleuren, vormen en geuren. Van hosta’s met grote frisgroene en geelgerande bladeren en bosgroene varens tot groene en purperbruine zilverkaars met witte en aarvormige pluimen. Niet te veel in keurige clubjes bijeen, maar lekker door elkaar. Net zoals in de natuur. “Daar zoeken planten ook hun eigen weg”.

Dan, terwijl ze om haar heen kijkt: “Dat je op slechte condities gewoon iets moois kunt maken, ja, dat vind ik best wel bijzonder”.

Kweekbakken

Van de originele moestuin is slechts een tiende over. Oorspronkelijk ligt die zo dicht mogelijk bij de keuken van het kasteel. Later verhuist die naar buiten de slotgracht. Ommuurd en met verwarmde kassen. Het overgrote deel bestaat uit een boomgaard. Van de ooit drie lange kweekbakken is eentje overgebleven. Ietje: “Spinazie, cavala nero en vooral asperges doen het erin erg goed”.

Door de moestuin en boomgaard loopt in 1774 een ‘laantje’ dat bestaat uit vijf rijen eikenbomen. Gekapt aan het begin van de vorige eeuw, maar 21 jaar geleden hersteld en vierjarig herplant. De tuinmuur bestaat al in 1818 en is daarmee nog ouder dan het Witte Huis zelf, zegt Jurn. Het overgrote deel is omgevallen en wordt herbouwd door de Stichting Het Utrechts Landschap. Die beheert ook het westelijk restant. Langs die bejaarde tuinmuur.

staan fruitbomen met vergeten rassen. Peren en pruimen. Daar staat ook een veranda waar je tot laat van de zon kan genieten. Voor je een eindeloos uitzicht over weilanden met schapen, achter je een park met een kasteel. Nee, echt koninklijker wordt het niet.

Een wandeling

Door het kasteelpark en naar het kasteel zelf. Jurn vertelt over Renswoude. Tot het midden van de 17e eeuw is dat niet meer dan een verzameling boerderijen. Gelegen op een iets hogere zandrug in de Gelderse Vallei. Daar is het nat en drassig, niet uitnodigend.

In 1637 ‘promoveert’ Renswoude tot een heerlijkheid. Dat woord doet denken aan arcadische landschappen en hoorns des overvloeds, maar betekent niks meer dan een juridisch systeem. Eigen privileges. Als het gaat om rechtspraak, belastingheffing en benoeming van bestuurders. Noem het een soort mini-koninkrijkje. En die macht vraagt om een kasteel.

Dat komt er ook in 1650: Kasteel Renswoude. Bewoond door de adellijke familie Van Reede. Torens, bruine stenen en rode luifels aan de voorkant, wit gepleisterd aan de achterkant. Opgetrokken in classicistische stijl, waarschijnlijk gebouwd op de fundamenten van een middeleeuwse ridderhofdstad. Omringd door een gracht die overgaat in een vijver.

Begin 1800 werken er 250 mensen uit het dorp. Dan is het in handen van de familie Taets van Amerongen. Die voorziet het kasteel van een trap met bordes om het een nog meer koninklijk tintje te geven. De vermaarde landschapsarchitect Johann David Zocher krijgt de opdracht het park de looks van een Engelse landschapsstijl te geven. Met een 700 meter lang grand canal.

Alle renaissancistische elementen moeten de tuin uit. Om plaats te maken voor een vijver met bergjes en paden volgens een ganzenvoetstructuur. Dat is van bovenaf gezien een voet met een aantal tenen die uitwaaieren vanuit een centraal punt zodat je vanuit elke wandelhoek zicht op het kasteel behoudt.

Vandaag kent het kasteel meerdere bewoners die er een appartement huren.

Cor Hospes
June 10, 2026
Hopelijk heb je ervan genoten! 👍🏼
Gepersonaliseerde updates ontvangen?
Mijn buitenleven

Het witte huisje met de wenkbrauwbogen

Cor Hospes
15.4.2021
10.6.2026
Buitenstate.nlMijn buitenleven
Het witte huisje met de wenkbrauwbogen

Het staat verscholen in een hoekje van een kasteelpark. Een oude timmerwerkplaats die is verbouwd tot een fijn huisje voor twee. Omringd door koninklijke taxusdecoraties en weelderige veldboeketten. Jurn en Ietje Wingelaar over wonen in een kasteeltuin. “Ik bekeek die kapconstructie, en dacht, daar wil ik wel een tijdje onder liggen”.

In de tuin van het Witte Huisje staat een zevenstammige kastanjeboom. “Die heeft mijn buurman Cees zelf nog in een potje opgekweekt toen hij een jongetje van zes was”, vertelt Jurn Wingelaar. “Wanneer zijn opa en oma in 1958 in het huisje gaan wonen, willen ze een boom in de tuin. Dat is deze kastanje, meegegroeid met de tijd en eigenlijk alleen maar mooier geworden”.

Kippen als krakers

Dat mooi meegroeien geldt ook voor Het Witte Huisje in Renswoude zoals iedereen dat tot in de verre omgeving kent. Oorspronkelijk een timmerwerkplaats, gebouwd in 1859, verstopt in een hoekje van het park van Kasteel Renswoude. Na WO II blijft de werkplaats ongebruikt. De timmerman hamert en zaagt voortaan in een ruimte van de kasteelboerderij waar hij ook woont. In het Witte Huisje wonen krakers: varkens en later kippen. Na een fikse verbouwing maken die plaats voor de gepensioneerde timmerman en zijn vrouw. De kippen blijven, maar dan in een ren naast het huis.

Ontlastingbogen

Kleinzoon Cees, intussen negentig, schildert het hele huis voor zijn grootouders wit. Met uitzondering van de ontlastingbogen, siermetselwerk dat boven de ramen en deuren het gewicht van de gevel opvangt en naar de zijkanten afvoert. “Die bogen verft hij ossenbloedrood”, vertelt Jurn. Een kleur die je veel ziet op boerderijen en historische panden in de Gelderse Vallei. Maar dan vooral op deuren, luiken en kozijnen. Of op witgekalkte gevels, vaak in combinatie met grachtengroen. Het geeft het huis een olijk gezicht. Alsof de ramen en deuren wenkbrauwen dragen.

Meer verhalen lezen?

Buitenstate inspireert je graag over het buitenleven. Vul je naam en e-mailadres in.

Bedankt voor je aanmelding! Je blijft vanaf nu op de hoogte van exclusieve en gepersonaliseerde Buitenstate updates!
Oeps! Er ging wat mis bij het versturen van het formulier.
Bedankt voor je aanmelding! Je blijft vanaf nu op de hoogte van exclusieve en gepersonaliseerde Buitenstate updates!
Oeps! Er ging wat mis bij het versturen van het formulier.
Bedankt voor je aanmelding! Je blijft vanaf nu op de hoogte van exclusieve en gepersonaliseerde Buitenstate updates!
Oeps! Er ging wat mis bij het versturen van het formulier.
Bedankt voor je aanmelding! Je blijft vanaf nu op de hoogte van exclusieve en gepersonaliseerde Buitenstate updates!
Oeps! Er ging wat mis bij het versturen van het formulier.
Bedankt voor je aanmelding! Je blijft vanaf nu op de hoogte van exclusieve en gepersonaliseerde Buitenstate updates!
Oeps! Er ging wat mis bij het versturen van het formulier.
Bedankt voor je aanmelding! Je blijft vanaf nu op de hoogte van exclusieve en gepersonaliseerde Buitenstate updates!
Oeps! Er ging wat mis bij het versturen van het formulier.
Bedankt voor je aanmelding! Je blijft vanaf nu op de hoogte van exclusieve en gepersonaliseerde Buitenstate updates!
Oeps! Er ging wat mis bij het versturen van het formulier.

Gerelateerde artikelen

Mijn buitenleven
Het witte huisje met de wenkbrauwbogen
Mijn buitenleven
Levensruimte met leilinden
Mijn buitenleven
Drie generaties op een erf
Mijn buitenleven
Wat in 2017 nog kon, kan nu niet meer.
Mijn buitenleven
Het schilderij van Hoornaar
Mijn buitenleven
We vieren het buitenleven
Mijn buitenleven
We hebben geleerd dat je niet altijd op een onkruidje moet kijken
Mijn buitenleven
De beestenboel van boer Bas
Mijn buitenleven
De cirkel is rond: Pierre pioniert in de Peel
Mijn buitenleven
Mantelzorg is het moderne naoberschap
Buitenstate.nlMijn buitenleven
Het witte huisje met de wenkbrauwbogen
Mijn buitenleven

Het witte huisje met de wenkbrauwbogen

15.4.21
10.6.2026
|
Cor Hospes

Het staat verscholen in een hoekje van een kasteelpark. Een oude timmerwerkplaats die is verbouwd tot een fijn huisje voor twee. Omringd door koninklijke taxusdecoraties en weelderige veldboeketten. Jurn en Ietje Wingelaar over wonen in een kasteeltuin. “Ik bekeek die kapconstructie, en dacht, daar wil ik wel een tijdje onder liggen”.

In de tuin van het Witte Huisje staat een zevenstammige kastanjeboom. “Die heeft mijn buurman Cees zelf nog in een potje opgekweekt toen hij een jongetje van zes was”, vertelt Jurn Wingelaar. “Wanneer zijn opa en oma in 1958 in het huisje gaan wonen, willen ze een boom in de tuin. Dat is deze kastanje, meegegroeid met de tijd en eigenlijk alleen maar mooier geworden”.

Kippen als krakers

Dat mooi meegroeien geldt ook voor Het Witte Huisje in Renswoude zoals iedereen dat tot in de verre omgeving kent. Oorspronkelijk een timmerwerkplaats, gebouwd in 1859, verstopt in een hoekje van het park van Kasteel Renswoude. Na WO II blijft de werkplaats ongebruikt. De timmerman hamert en zaagt voortaan in een ruimte van de kasteelboerderij waar hij ook woont. In het Witte Huisje wonen krakers: varkens en later kippen. Na een fikse verbouwing maken die plaats voor de gepensioneerde timmerman en zijn vrouw. De kippen blijven, maar dan in een ren naast het huis.

Ontlastingbogen

Kleinzoon Cees, intussen negentig, schildert het hele huis voor zijn grootouders wit. Met uitzondering van de ontlastingbogen, siermetselwerk dat boven de ramen en deuren het gewicht van de gevel opvangt en naar de zijkanten afvoert. “Die bogen verft hij ossenbloedrood”, vertelt Jurn. Een kleur die je veel ziet op boerderijen en historische panden in de Gelderse Vallei. Maar dan vooral op deuren, luiken en kozijnen. Of op witgekalkte gevels, vaak in combinatie met grachtengroen. Het geeft het huis een olijk gezicht. Alsof de ramen en deuren wenkbrauwen dragen.

Meer inspiratie?

Buitenstate deelt met liefde verhalen over het buitenleven. Laat je gegevens achter.

Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.

Gerelateerde artikelen

Mijn buitenleven
Het witte huisje met de wenkbrauwbogen
Mijn buitenleven
Levensruimte met leilinden
Mijn buitenleven
Drie generaties op een erf
Mijn buitenleven
Wat in 2017 nog kon, kan nu niet meer.

Overwoekerd

In 1995 krijgt het huisje een tweede upgrade. Met het idee dat te verhuren aan studenten. Die hebben er nooit gewoond. Wel een violiste, huisarts en een echtpaar: een erfgoedhovenier en tuin- en landschapsarchitect. In 2017 ziet Jurn het huis op Funda voorbijkomen. Hij is direct van de leg. Zijn vrouw Ietje reageert minder enthousiast. Zij moet wennen aan die rare ossenbloedrode gevelboogjes boven de ramen, vertelt zij. Maar ja, die tuin. 2250 vierkante meter. Wat een feest. Zij houdt van tuinieren, hij houdt van verbouwen en klussen. Allebei houden ze van uitdagingen. En die zijn er volop. De ooit te prachtige tuin en moestuin zijn totaal verwaarloosd. Overwoekerd door onkruid. Ook het huisje zelf ‘dient gemoderniseerd te worden’ zoals dat in makelaarstaal heet.

Oude hollen

Jurn en Ietje wrijven in hun handen. Zij is van beroep grafisch ontwerper en werkt als digitaal illustrator in een ziekenhuis. Hij is zelfstandig kwaliteitsmanagementsysteemconsultant. Een Scrabble-woord met gigantische woordwaarde. “Ik adviseer bedrijven hoe ze hun processen goed moeten inrichten”. Het resultaat van hun kloeke klusbeurt mag er zijn. Zo hebben ze de bovenetage opnieuw ingedeeld en voorzien van modern sanitair. Jurn: “Dit was ooit de hooizolder. Ik bekeek die kapconstructie, en dacht, daar wil ik wel een tijdje onder liggen”. Op het dak liggen oude hollen, vertelt hij. Handgemaakte kleipannen die niet altijd even goed op elkaar aansluiten. “We hebben er zo’n 500 vervangen. Bij elke wissel maakten we vier andere kapot”.

Siermetselwerk

Er zijn nog wat dingetjes. De muren blijken vochtig. Er is geen ventilatie. Ook krijgt het Witte Huisje een nieuwe keuken in country-livingstijl. Op de vloer liggen vijftig jaar oude terracotta plavuizen. Ooit geglazuurd. “Hoe we die ook dweilden, er bleef zwart water van de vloer komen”, vertelt Jurn. Daarom hebben ze vorig voorjaar de hele vloer eruit gehaald, en ja, als je toch bezig bent, dan ook maar vloerverwarming aanleggen. Ook de buitenkant kwast hij weer witter dan wit.

Bijzonder is het metselvlechtwerk. “Dat zag je in de 19e eeuw vooral in steden. Als je goede sier wilde maken”. Die trend waaide over naar het platteland. Op landhuizen, statige boerderijen en andere voorname gebouwen. “Het is vrij ongewoon op een schuur of werkplaats”. Bij de muurankers zie je eveneens versieringen. “Heel frivool om dat bij een werkplaats te doen”.

Grebbelinie

In de west- en voorgevel van het huis vind je flinke butsen en kogelinslagen. Renswoude ligt in wat heet de Grebbelinie. Die naam is onlosmakelijk verbonden aan WO II. De verdedigingslinie is aangelegd in 1744 en bestaat uit een lint van 60 kilometer forten, kazematten en stellingen. De linie moet ons land verdedigen na de inval van de Duitsers in mei 1940. Nadat ons land capituleert, ontmantelen de Duitsers de stellingen. Aan het einde van de oorlog krijgen ze een hernieuwde interesse in de linie. Om die zelf in te zetten.

Rondom Renswoude is dan ook veel gevochten, sterker, het Witte Huisje ligt soms letterlijk in de vuurlinie. “Cees vertelde me”, zegt Jurn, “dat ze met de hele familie in de kelder zaten. Links van de tuin lagen Duitsers in een sloot, rechts Canadezen. De kogels vlogen heen en weer door de tuin”. De happen uit de gevel komen niet door voltreffers uit een Sten Gun of Sturmgewehr, maar lijken eerder op schampschoten uit vliegtuigen. Bommen en granaten verwoestten wel de broeikassen en kweekbakken in de moestuin. Net zoals de houtloods ietsje verderop van het Witte Huisje.

Konijnonvriendelijk

Voor de inrichting van de tuin krijgen ze vrij spel, vertelt Ietje. Zolang die maar aansluit bij de stijl van het kasteelpark. Wat blijft is de buxushaag aan weerszijden van het voordeurpad en vorstelijk gesnoeide grote taxusvormen. Voor de rest is het experimenteren, vertelt Ietje. Je moet zoeken naar planten die willen groeien op zand, echt wit zand. Die onder een boom willen en in de regenschaduw van een muur kunnen staan. En die konijnen ook niet lekker vinden.

Ietje: “Die eten echt in een dag je hele tuin leeg. Wanneer ze dat doen in het voorjaar, ben je voor de rest van het jaar klaar”.

Aan de zuidkant van de tuinmuur staat in 1999 een bouwvallige houten schuur. De gemeente geeft toestemming die af te breken. Er mag aan de noordkant een nieuwe komen. Met carport. Maar die laat op zich wachten. In 2012 wordt de vergunning aangepast tot “het winddicht maken van de schuur”. Een formulering die ruimte biedt voor meer dan zomaar een schuur. De vorige bewoners besluiten een houten kantoor te bouwen. Ietje en Jurn maken daar een tuinhuis van. Met badkamer en toilet, bijkeuken en slaapplek. Midden tussen zonnehoeden, crocosmia en vleugeltjesbloemen. Er zijn slechtere plekken om wakker te worden.

Mijn buitenleven

Het schilderij van Hoornaar

Mijn buitenleven

Heb jij je woonwensen helder?

Mijn buitenleven

De beestenboel van boer Bas

Mijn buitenleven

We vieren het buitenleven

Mijn buitenleven

“De klok tikt hier minder snel.”

Mijn buitenleven

Mantelzorg is het moderne naoberschap

Mijn buitenleven

Levensruimte met leilinden

Mijn buitenleven

Drie generaties op een erf

Mijn buitenleven

We hebben geleerd dat je niet altijd op een onkruidje moet kijken

Mijn buitenleven

Wat in 2017 nog kon, kan nu niet meer.

Mijn buitenleven

De cirkel is rond: Pierre pioniert in de Peel

Mijn buitenleven

Het witte huisje met de wenkbrauwbogen

Gerelateerde artikelen