Een leuk weetje: in de polder Oosterland groeit de zeldzame variant van de witte kievitsbloem
Landgoed Vennebroek
Voordat je aan dat Friese Veen-ommetje begint, neem beslist een kijkje op landgoed Vennebroek. Daar staat onder meer een tamme kastanje, een oudje van 350 jaar, zegt Ronald. Met een stamomtrek van zomaar vijf meter. Ook bijzonder: een flinke beuk. Één van zijn takken is zo ver doorgebogen dat die opnieuw wortel heeft geschoten. Over het landgoed lopen lange eiken- en beukenlanen. Maar bij het Friese Veen maakt de begroeiing plaats voor metershoog riet en elzenbomen, hangend en liggend in het water. Echt open is het aan de oostkant van het Friese Veen. Vanaf een dijkje kijk je uit over de polders Lappenvoort en Oosterland waar de oude, kronkelende loop van de Drentsche Aa is hersteld, en ja, dat riviertje is Drenthe’s mooiste. Ronald: ‘Ook dit gebied is bestemd voor waterberging. En misschien een leuk weetje: in de polder Oosterland groeit de zeldzame variant van de witte kievitsbloem’.
Berceau en doolhof
Dan ineens zijn we in een heel ander wereld. Op Landgoed De Braak. We lopen door een berceau, een loofgang, een smal beukenpad waarvan de boomtoppen in elkaar zijn gevlochten. We worden er allebei romantisch van. Iets verderop een heus doolhof, waarschijnlijk het oudste haagdoolhof van ons land. Ga ze maar eens tellen als je tijd hebt. Al die 3000 haagbeukjes. Naast het berceau en het doolhof bestaat het landgoed uit een parkbos met vijvers, imposante bomen en weilanden omringd door houtwallen. Ontworpen in 1825 door landschapsarchitect Lucas Pieters Roodbaard. Ronald: ‘Een monumentale tuin omdat alle oorspronkelijke zichtlijnen, vijvers, kronkelgrachten, slingerpaadjes en lanen geheel intact zijn gebleven’.
Kekke kiosk van Van Keeken
De inrijpoort in neo-renaissancestijl is volgens kenners een van de mooiste landgoedtoegangspoorten in Nederland. Een andere attractie staat iets verderop, een te pietepeuterig leuk houten kioskje. Van de Haagse limonade en mineraalwatermaker Theodoor van Keeken, weet Ronald. Die plaatste tussen 1900 en 1908 in diverse steden houten verkooppunten in chaletstijl. Jarenlang staat zo’n kiosk in de Westerhaven in de stad Groningen. Daarna verhuist die een tijdje naar het landgoed om daar in 2006 weer terug te keren. Vlak achter de toegangspoort. Gelukkig is het open. We halen een drankje en lopen over de statige oprijlaan richting het vroegere landhuis. Dat komt omstreeks 1700 in bezit van Luitenant ter Voet van Schelfhorst, echtgenoot van de Duitse Fräulein Von Braake. Waarschijnlijk is zij de naamgever van het landgoed. Ronald: ‘Maar die kan ook zijn afgeleid van broek, drassig land’.
Pieterpad
Aan de oostkant van het Paterswoldsemeer loopt een deel van het Pieterpad. Om precies te zijn over de slingerende Hoornsedijk, langs het net zo kronkelende Hoornse Diep. Het uitzicht over het water maakt plaats voor ansichtkaartplaatjes met bloemrijke velden waarin paarden grazen. Knotwilgen langs slootjes, met af en toe een monumentale boerenhoeve en luid kikkergekwaak. Vanaf de dijk krijgen we geregeld een glimp van het Paterswoldmeer. Een oud houten bord vertelt dat de St Pietersberg nog maar 447 kilometer ver is. Pieterburen ligt 36 kilometer de andere kant op. We krijgen zin om flink door te lopen.
Sluisje en helper
Langs de waterkant staat de poldermolen De Helper. Een grondzeiler zoals dat zo mooi in molentermen heet. Vanaf de grond te bedienen. Oorspronkelijk stond die ergens anders langs het Noord-Willemskanaal, dat vlak achter ons loopt. De molen is in 1863 gebouwd om een polder te bemalen. In de jaren zestig van de vorige eeuw raakt die buiten gebruik en in verval. Bovendien staat de molen stadsuitbreiding in de weg. Dus verhuist die in 1971 naar zijn huidige plek in het gehucht Nijveensterkolk. Vlakbij staat een schutsluis. Een rijksmonument dat het Paterswoldsemeer verbindt met het Hoornsediep en het Noord-Willemskanaal. We kijken naar hoe twee bootjes in en uit de sluis varen. ‘Vanaf deze kant van het meer, en dan vooral bij de molen, heb je een mooi zicht op de zonsondergang’.
Stuivertjes om te wisselen
Ronald voert me mee onder de A28. Geen idee waar naartoe. Even wandelen we langs de buitenkant van het villadorp Haren, zeg maar het Wassenaar van Groningen. Dan laten we het asfalt achter ons en zwerven we over een zandpad. Over de Lutsborgsweg naar Glimmen. Z’n pad loopt anders en geeft andere uitzichten. Landerijen met loom grazende koeien stuivertjewisselen met bossen die zich af en toe openen voor verwilderde heideveldjes. Het is er stil, zo stil. Een beloning wacht, ja echt, een vos. Heel eventjes maar laat die zich zien om weer snel tussen de bosschages te verdwijnen. Het Paterswoldsemeer. Dat is meer dan een plas grijs water.
Hap en snap
Waar moet je rond het meer zitten om wat te eten en te drinken? Ronald vindt het fijn bij Meerwold, achter Hotel Flonke, aan het begin van de Hoornseplas. Vanwege de waterview en het nieuwe grote terras, nog niet echt ontdekt. Restaurant De Rietschans vindt hij ook prima. Voor een uitzicht op stand neem je plaats in de tuin van Café Restaurant De Paalkoepel. Een voormalig theehuis gebouwd in 1908 op 25 palen in het water. Let ook op de Jugendstil-geëtste vensters in de hoge toegangsdeuren. Rondom het meer vind je tal van B&B’s, maar ja, zegt Ronald. Na een dagje buiten zou hij toch echt de binnenstad van Groningen opzoeken. Zijn tip: Hotel The Market, op de Grote Markt. Of de klassieker: Hotel Schimmelpenninck Huys, met een gezellige bar beneden die tot heel laat openblijft. High end slapen of dineren? Probeer Hotel Prinsenhof.